Twee kanten van hoop

Twee kanten van hoopTwee kanten van hoop

Ik kom uit een protestants nest, ben niet kerkelijk en voel me aangetrokken tot de boeddhistische levensfilosofie en de levenshouding van het niet-weten. Ik weet niet of er een God en een hemel bestaat, of we wel of niet reïncarneren, ik weet niet of mensen werkelijk volledig verlicht kunnen zijn etc. En dat vind ik fijn, het niet-weten. Ik mag kijken, luisteren en geïnteresseerd zijn in diverse meningen en overtuigingen, zonder mijzelf te dwingen een standpunt in te nemen. Het geeft me vrijheid, ruimte. En ook hoop. Hoop dat er veel meer is dan wij kunnen vermoeden, dat energetische velden en spirituele krachten onmetelijk zijn, natuur en het heelal oppermachtig en er dus wonderen bestaan die wij als mens niet kunnen bevatten. Wonderen zoals het bezweren van de klimaatcrisis of op persoonlijk vlak: het verminderen van de pijnen in mijn bekkengebied. Naast dat ik actief probeer in mijn persoonlijke leven zo duurzaam mogelijk te leven, is tegelijkertijd loslaten en vertrouwen op alles wat er komt mijn levenstaak. Dat is geen sinecure en het proces is dan ook een van vallen en weer opstaan, vallen en weer opstaan.

Christen en boeddhist

Twee kanten van hoop … Wat mij fascineert is hoe er in het boeddhisme en in het christendom tegen hoop wordt aangekeken. Ter inspiratie ging ik wat googlen en vond de lezing ‘Christen en Boeddhist’ van Diana Vernooij. Zij gaf deze lezing in oktober 2007 in het Theologisch Café Amsterdam. Diana is voorganger in de katholieke basisgemeente De Duif in Amsterdam en redacteur bij Vorm & Leegte, kwartaalblad boeddhisme, mens, samenleving.

Erkenning van het lijden

Ze begint haar lezing met het beschrijven van wat de basis is van het boeddhisme: de erkenning van het lijden van mensen. De Boeddha zegt dat pijn, ziekte, ouderdom, verlies onontkoombaar zijn en dat we daar in principe in vrede mee kunnen leven. Echter, door onze reactie veroorzaken we zelf ons grootste lijden. Verzet, begeerte en onwetendheid vormen samen de wortel van het lijden. We willen niet wat er is, we negeren het of we doen er alles voor om het anders te maken. Als we ons verzet en de begeerte laten varen en inzicht ontwikkelen in de oorsprong van het lijden, beëindigd het grootste lijden. De kern is: besef dat je ongeluk voortkomt uit ‘het willen dat het anders is dan het is’. Vrees de pijn niet – wees met wat er is. De pijn is dan niet weg maar wel het lijden aan de pijn.

Zwaar op de hand

Vervolgens spreekt zij over de christelijke ethiek die volgens haar de neiging heeft wat zwaar op de hand te zijn. Het geweten dient ons te leiden, de onbaatzuchtigheid, het afzien van je eigenbelang ten gunste van het algemeen belang, of het belang van de ander. Zelfverzaking. Vaak wordt het goede leven ons door het verstand gedicteerd, ‘wat niet wil dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ – terwijl onze emoties, ons verlangen, ons trachten te verleiden tot verkeerde daden. Het vlees is zwak, zou Paulus zeggen. Dat trachten we te beheersen door moraliteit en normen.

Het goede als tweede natuur

Maar zij benoemt ook een andere vorm van christelijke ethiek. Toen zij filosofie studeerde is zij afgestudeerd op Thomas van Aquino die een prachtige vorm van deugden-ethiek heeft ontwikkeld: niet door moraal maar door het goede te doen met je hart erbij, slijt je de deugden in je leven in. Je slijt ze net zo lang in, tot je niet anders meer kunt dan het goede te doen. Het goede komt dan als een tweede natuur uit je voort. Deze benadering lijkt op het boeddhisme: door aandacht, opmerkzaamheid te trainen slijt je goede patronen in. Het boeddhisme leert daarbovenop dat door contact te zoeken met wat er in je leeft, je tot inzicht komt.

Hoop als vorm van afweer

In haar lezing benadert zij de twee kanten van hoop: “Eén van de drie kernwaarden van christendom is hoop. Het boeddhisme leert me om voorzichtig te zijn met de persoonlijke hoop op een beter leven. Onze hoop om aan het lijden te ontkomen is enorm. We hopen onze onzekerheid uit te bannen, onze angst te overwinnen, vast te houden wat we hebben. Dit is het soort hoop dat het boeddhisme verwerpt, juist omdat het zorgt voor nog meer lijden. Dit soort hoop is een vorm van afweer. Het mag niet zo zijn als het is. Wat we te leren hebben is ons op ons gemak te voelen in de houvastloosheid, de grondeloosheid van het bestaan. Pema Chodron heeft prachtige boeken geschreven over hoe om te gaan met moeilijke tijden in je leven –ik heb ze verslonden.

Aanwezig in hier en nu

Als we de hoop niet opgeven – dat het ergens anders beter is, dat we een beter mens kunnen worden – zullen we ons nooit op ons gemak voelen waar we zijn of zoals we zijn. Daar gaat het om in het boeddhisme: aanwezig zijn in het hier en nu met een warm overstromend hart, ondanks alle beperkingen die er zijn, ondanks alle pijn en onvolmaaktheid. Niet eigenlijk ergens anders willen zijn, niet eigenlijk iemand anders willen zijn. Dat is de basis voor het tot bloei komen van een mooi mens.”

Goede kruisbestuiving

Tegelijkertijd wil Diana Vernooij de hoop op het koninkrijk Gods niet opgeven. Ze gelooft dat er gerechtigheid zal komen voor alle mensen, voor alle slachtoffers van geweld en onrecht. Zij put hoop en kracht uit dat visioen. Ze ziet een prachtige ontmoeting tussen christendom en boeddhisme: de waarden die elkaar kunnen uitzuiveren, verdiepen en versterken. Ze zegt: “De basis voor een goede kruisbestuiving ligt hier waar de hoop op mijn persoonlijke bevrijding van mijn menselijke conditie wordt opgegeven en tegelijk de hoop op een rechtvaardige samenleving en bevrijding van alle levende wezens niet wordt opgegeven.”

Lezing ‘Christen en Boeddhist‘, Diana Vervooij, 12 oktober 2007, Theologisch Cafe Amsterdam

Post Comment