Rollen: wie denk jij wel dat je bent …

Rollen die we aannemen in ons leven, het is een onderwerp dat mij intrigeert. Ieder mens is actief in uiteenlopende persoonlijke en professionele rollen, dat is een gegeven en hoort bij het leven. Maar wat betekent dat voor mijn eigenheid? Is het eigenlijk wel mogelijk om dicht bij mezelf te blijven in al die verschillende rollen?

Pure aanstellerij

Jon Kabat Zinn schrijft dat bij de rollen die wij mensen aannemen het gaat om ‘goed’ willen zijn in wat we doen, het zijn hulpmiddelen om bepaald werk of ons wezen en onze wijsheid tot uitdrukking te brengen. Professionele rollen, maatschappelijke rollen, groepsrollen, rollen die we tijdens ziekte kunnen aannemen, zelf aangemeten rollen – ze geven ons een soort aura van belangrijkheid, aanzien en gezag. En daarom raken we er nogal eens in verstrikt. We vereenzelvigen ons ermee en lopen vast in zelfgeschapen beelden en zelfbedrog. Veel van onze rollen zijn pure aanstellerij en meer een schepping van onze eigen geest.

Verstrikt raken

Als we ons niet bewust zijn van onze rollen en vooral ook onze houding t.o.v. deze rollen kunnen ze veel verborgen innerlijke stress veroorzaken. De door onszelf opgelegde onbewuste verwachtingen kunnen ons opjagen en gevangen houden, ons rigide beperkingen opleggen t.a.v. onze houding en ons gedrag. Zo ontstaat bijvoorbeeld chronische werkverslaving. We raken verstrikt in onze werkrol, ten koste van onze andere rollen en verplichtingen. Dan zijn we niet meer in staat prettig in onze andere levensrollen te functioneren, zoals de rol van echtgenoot, moeder, broer, vriendin.

Trouw blijven

Desondanks is binnen al die verschillende rollen trouw blijven aan mezelf te leren. Het begint met erkennen dat ik net zo ben als iedereen en ook impulsen heb om in beperkend denken te vervallen. En goed op te letten, steeds opnieuw eerlijk en met wijze aandacht te kijken naar mijn eigen rollen. De manier waarop ik dingen doe en op dingen reageer durven te veranderen, zodat ik levendig blijf en vastgeroeste gewoonten zoveel mogelijk vermijd. En zeker ook de nodige zelfhumor en zelfrelativering helpt. Voeten stevig op de grond houden en mezelf regelmatig in de oren fluisteren: “Wie denk jij wel dat je bent?”

 

Post Comment